Alle berichten van synchro

Regeling Brandmeldinstallaties vervallen per 1-1-2015

 

De regeling m.b.t. doormelding en certificatie voor brandmeldinstallaties (BMI’s) en ontruimingsalarminstallaties (OAI’s) is per 1 januari 2015 gewijzigd.

Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat een bouwwerk zodanige voorzieningen heeft dat een brand tijdig wordt ontdekt, zodat aanwezigen ook tijdig kunnen vluchten. Voor een aantal gebruiksfuncties worden hiertoe brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties voorgeschreven.

In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen waarin en in welke situaties een BMI verplicht is en aan welke eisen deze moet voldoen. Bijlage 1 van het Bouwbesluit 2012 schrijft voor wanneer welke gebruiksfunctie een doormelding naar de Regionale Alarm Centrale en/of een inspectiecertificaat dient te hebben.

 

Bestaande installaties

Voor bestaande installaties, aangelegd voor 2012, gelden de eisen van het moment van aanleg. Voor bestaande bouw gelden de prestatie-eisen uit NEN 2535:1996 ‘Brandveiligheid van gebouwen – brandmeldinstallaties – systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’ en NEN 2575:2000 ‘Brandveiligheid van gebouwen – ontruimingsalarminstallaties – systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’ als ondergrens. Als een bestaande installatie dus nog voldoet aan die norm, dan is er geen reden tot aanpassing van de installatie. Een bestaande brandmeldinstallatie die niet voldoet of kan voldoen aan de NEN 2535 uit 1996, zal dus zodanig moeten worden vervangen of verbeterd dat er ten minste aan deze ondergrens wordt voldaan.

Het komt in de praktijk veel voor dat er geen uitgangspuntendocument PvE (Programma van Eisen) beschikbaar is van bestaande installaties. Niettemin moet voor deze installatie met terugwerkende kracht vastgesteld worden of de bestaande installatie voldoet (of met de nodige aanpassingen kan gaan voldoen) aan het gestelde voor BMI in de NEN 2535 uit 1996 en voor OAI aan de NEN 2575:2000.
Feitelijk wordt hiermee achteraf alsnog een uitgangspuntendocument opgesteld op basis van de ondergrenseisen.

 

De belangrijkste verschillen ten opzichte van de situatie van vóór 1-1-2015

Het aantal situaties waarin een BMI verplicht is, en zeker het aantal situaties waarin de doormelding verplicht is, is kleiner geworden.

 

  • In het Bouwbesluit staat in afdeling 6.5, artikel 6.20, lid 1 wanneer er sprake moet zijn van een brandmeldinstallatie conform de NEN 2535;
  • In een aantal situaties is de eis opgenomen dat de installatie wordt geïnspecteerd volgens het betreffende CCV-inspectieschema. Het inspectiecertificaat is verplicht. De inspectie moet door een onafhankelijke inspectie-instelling worden uitgevoerd en kan niet door een installatie- of onderhoudsbedrijf gedaan worden;
  • Lid 6 van artikel 6.20 beschrijft wanneer een bestaande brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat, op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallatie, moet hebben;
  • Naast een inspectiecertificaat zijn er ook andere certificaten zoals certificaten voor de aanleg en levering (Product certificaat) of voor het onderhoud (Onderhoudscertificaat). Deze zijn echter geheel op vrijwillige basis en wettelijk niet verplicht!
  • Zodra een installatie is opgeleverd en in gebruik is genomen, wordt deze gezien als een bestaande brandmeldinstallatie en moet deze dus voorzien zijn van een inspectiecertificaat;
  • Qua geldigheidsduur zijn er 2 soorten inspectiecertificaten:
    – Een inspectiecertificaat is 1 jaar geldig wanneer de BMI wordt geëist vanuit het Bouwbesluit 2012 en doormelding naar een Regionale Alarm Centrale (RAC) van de brandweer heeft;
    – Een inspectiecertificaat is 3 jaar geldig wanneer een installatie geen rechtstreekse doormelding heeft naar de brandweer.

 

Wat betekent dat in de praktijk?

Het inspectiecertificaat staat juridisch helemaal op zichzelf. In de praktijk is er uiteraard sprake van een keten, namelijk Ontwerp-Aanleg-Onderhoud-Inspectie. Als de installatie is aangelegd, geleverd en onderhouden op basis van een product- / onderhoudscertificaat, dan maakt dat de inspectie eenvoudiger. Bij het uitvoeren van een inspectie wordt gewerkt met een checklist. Deze checklist is een stuk korter als de installatie uitgevoerd is door een Erkend CCV-onderhoudsbedrijf en onder certificatie is aangelegd, geleverd en/of onderhouden. De kosten van een inspectie zijn hierdoor aanzienlijk lager.

 

Meer informatie, klik hier: CCV eisen-aan-brandbeveiligingsinstallaties-vanaf-1-januari-2015.

Jongste beheerder brandmeldinstallaties?

 

Van der Perk Opleidingen heeft een groep personen opgeleid tot Beheerder Brandmeldinstallatie. Eén van de cursisten is waarschijnlijk de jongste Beheerder Brandmeldinstallatie ooit.

 

Synchro Adviesbureau Brandveiligheid BV feliciteert Lennart, 16 jaar, met het behalen van het diploma Beheerder Brandmeldinstallatie. Lennart, ook lid van de jeugdbrandweer Renkum, zal met ingang van november 2014 op een aantal locaties in de gemeente Renkum het maandelijks beheer op brandmeldinstallaties gaan uitvoeren.

 

Wij wensen Lennart veel succes met deze werkzaamheden.

Synchro op bezoek bij Efectis Nederland BV

 

“Brandgedrag van isolatie zonder geheimen”, dat was het thema van het 5e Fire Seminar dat donderdag 30 oktober jl. plaats vond bij Efectis Nederland in Bleiswijk. Tijdens deze jubileumeditie werd ingezoomd op kwaliteitsborging van de gebouwschil ten aanzien van brandveiligheid.

Verschillende sprekers van onder meer Efectis Nederland, Brandweer Nederland, Delta Lloyd en Kingspan gaven onder leiding van dagvoorzitter Frénk van der Linden hun visie over hoe de kwaliteit van de gebouwschil geborgd kan én moet worden.

De conclusie van dit Seminar: “Voorkomen is beter dan genezen”. Kortom: Vergroot het bewustzijn en neem verantwoordelijkheid als het gaat om het voorkomen van brand. Kies voor deugdelijke materialen en verwerk deze volgens de voorschriften. Controleer jezelf en elkaar, niet eenmalig maar periodiek. Gebruik de kennis die er in de markt beschikbaar is. En blijf het verhaal vertellen!

 

De heren van Synchro waren er uiteraard bij op deze dag. Hieronder een foto vanuit het lab waar brandtesten door Efectis worden uitgevoerd.

brandtest

In de media: Onduidelijkheid over brandveiligheid de Koepel houdt aan.

 

Freek de Swart, 14 oktober 2014 | 14:42

 

 BREDA – De brandveiligheidssituatie in de Koepelgevangenis is nog steeds niet op orde, dat blijkt uit navraag bij de gemeente Breda. Wat er nog precies mankeert aan de brandbeveiliging in het toekomstige asielzoekerscentrum wil de gemeente niet kwijt.

Sommige bronnen rondom de Koepel zeggen dat er iets mis is met de nooduitgangen in het nieuwe asielzoekerscentrum. Ook dit bericht kan de gemeente bevestigen noch ontkennen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hoopte eind september al de eerste asielzoekers in de voormalige gevangenis te vestigen. Dat is duidelijk niet gelukt. Het COA was de afgelopen dagen niet bereikbaar voor commentaar.

Volgens Lenny Smits van Smeba Brandbeveiliging komt de vertraging in ieder geval niet door de blusmiddelen in het gebouwencomplex. Het bedrijf voert al sinds 2006 brandveiligheidcontroles uit in de Koepel op dit gebied. Met de komst van de nieuwe huurder is dit onlangs weer gecheckt. “Die controle is met de komst van het COA opnieuw uitgevoerd en alles is op orde, alles is goed.”

Gerard Hoffmann van Synchro Adviesbureau Brandveiligheid BV noemt het aanpassen van nooduitgangen en het ontbreken van goede brandcompartimentering een van de mogelijkheden waar je, in algemene zin, tegenaan kan lopen bij het verbouwen van een gevangenis. Als Fire Safety Consultant heeft Hoffmann enige ervaring met brandveiligheid in gevangenissen.

Volgens Hoffmann zijn er een redelijk aantal verschillen te benoemen tussen de brandveiligheidseisen van een gevangenis en, bijvoorbeeld, een AZC. “Een gevangenis heeft strenge veiligheidseisen. Een cel moet bijvoorbeeld als afzonderlijk beschermde ruimte functioneren. Een brand moet hierbij minimaal twintig minuten in zo’n cel blijven voordat het overslaat naar aangrenzende ruimtes. Voor nieuwe cellen is dat tenminste dertig minuten.” 

Volgens Hoffmann mag verder de loopafstand van de vluchtroute buiten de cel niet langer zijn dan 22,5 meter. “Bewaarders moeten de tijd hebben om gedetineerden naar een veilige plek te evacueren binnen het gebouw. Om die reden zijn gevangenissen in meerdere brandcompartimenten verdeeld. Daarnaast heb je te maken met een opkomsttijd van de brandweer.”

Een ander verschil is dat nooduitgangen normaal gesproken open moeten kunnen zonder sleutel, in een gevangenis kan dit natuurlijk niet. De bekende groene nooduitgangbordjes zal je volgens Hoffmann dan ook niet snel zien in de buurt van cellen. “Dat werkt alleen maar frustrerend op gedetineerden. Om die reden heeft gevangenispersoneel een belangrijke rol bij een ontruiming.”

 

http://www.bredavandaag.nl/nieuws/algemeen/2014-10-14/onduidelijkheid-over-brandveiligheid-de-koepel-houdt-aan