Synchro Adviesbureau Brandveiligheid BV
Databankweg 6C, 3821 AL Amersfoort

Telefoon: 033 - 45 66 080

Regeling Brandmeldinstallaties vervallen per 1-1-2015

 

De regeling m.b.t. doormelding en certificatie voor brandmeldinstallaties (BMI’s) en ontruimingsalarminstallaties (OAI’s) is per 1 januari 2015 gewijzigd.

Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat een bouwwerk zodanige voorzieningen heeft dat een brand tijdig wordt ontdekt, zodat aanwezigen ook tijdig kunnen vluchten. Voor een aantal gebruiksfuncties worden hiertoe brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties voorgeschreven.

In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen waarin en in welke situaties een BMI verplicht is en aan welke eisen deze moet voldoen. Bijlage 1 van het Bouwbesluit 2012 schrijft voor wanneer welke gebruiksfunctie een doormelding naar de Regionale Alarm Centrale en/of een inspectiecertificaat dient te hebben.

 

Bestaande installaties

Voor bestaande installaties, aangelegd voor 2012, gelden de eisen van het moment van aanleg. Voor bestaande bouw gelden de prestatie-eisen uit NEN 2535:1996 ‘Brandveiligheid van gebouwen – brandmeldinstallaties – systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’ en NEN 2575:2000 ‘Brandveiligheid van gebouwen – ontruimingsalarminstallaties – systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’ als ondergrens. Als een bestaande installatie dus nog voldoet aan die norm, dan is er geen reden tot aanpassing van de installatie. Een bestaande brandmeldinstallatie die niet voldoet of kan voldoen aan de NEN 2535 uit 1996, zal dus zodanig moeten worden vervangen of verbeterd dat er ten minste aan deze ondergrens wordt voldaan.

Het komt in de praktijk veel voor dat er geen uitgangspuntendocument PvE (Programma van Eisen) beschikbaar is van bestaande installaties. Niettemin moet voor deze installatie met terugwerkende kracht vastgesteld worden of de bestaande installatie voldoet (of met de nodige aanpassingen kan gaan voldoen) aan het gestelde voor BMI in de NEN 2535 uit 1996 en voor OAI aan de NEN 2575:2000.
Feitelijk wordt hiermee achteraf alsnog een uitgangspuntendocument opgesteld op basis van de ondergrenseisen.

 

De belangrijkste verschillen ten opzichte van de situatie van vóór 1-1-2015

Het aantal situaties waarin een BMI verplicht is, en zeker het aantal situaties waarin de doormelding verplicht is, is kleiner geworden.

 

  • In het Bouwbesluit staat in afdeling 6.5, artikel 6.20, lid 1 wanneer er sprake moet zijn van een brandmeldinstallatie conform de NEN 2535;
  • In een aantal situaties is de eis opgenomen dat de installatie wordt geïnspecteerd volgens het betreffende CCV-inspectieschema. Het inspectiecertificaat is verplicht. De inspectie moet door een onafhankelijke inspectie-instelling worden uitgevoerd en kan niet door een installatie- of onderhoudsbedrijf gedaan worden;
  • Lid 6 van artikel 6.20 beschrijft wanneer een bestaande brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat, op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallatie, moet hebben;
  • Naast een inspectiecertificaat zijn er ook andere certificaten zoals certificaten voor de aanleg en levering (Product certificaat) of voor het onderhoud (Onderhoudscertificaat). Deze zijn echter geheel op vrijwillige basis en wettelijk niet verplicht!
  • Zodra een installatie is opgeleverd en in gebruik is genomen, wordt deze gezien als een bestaande brandmeldinstallatie en moet deze dus voorzien zijn van een inspectiecertificaat;
  • Qua geldigheidsduur zijn er 2 soorten inspectiecertificaten:
    – Een inspectiecertificaat is 1 jaar geldig wanneer de BMI wordt geëist vanuit het Bouwbesluit 2012 en doormelding naar een Regionale Alarm Centrale (RAC) van de brandweer heeft;
    – Een inspectiecertificaat is 3 jaar geldig wanneer een installatie geen rechtstreekse doormelding heeft naar de brandweer.

 

Wat betekent dat in de praktijk?

Het inspectiecertificaat staat juridisch helemaal op zichzelf. In de praktijk is er uiteraard sprake van een keten, namelijk Ontwerp-Aanleg-Onderhoud-Inspectie. Als de installatie is aangelegd, geleverd en onderhouden op basis van een product- / onderhoudscertificaat, dan maakt dat de inspectie eenvoudiger. Bij het uitvoeren van een inspectie wordt gewerkt met een checklist. Deze checklist is een stuk korter als de installatie uitgevoerd is door een Erkend CCV-onderhoudsbedrijf en onder certificatie is aangelegd, geleverd en/of onderhouden. De kosten van een inspectie zijn hierdoor aanzienlijk lager.

 

Meer informatie, klik hier: CCV eisen-aan-brandbeveiligingsinstallaties-vanaf-1-januari-2015.



Terug naar overzicht

Vragen over brandveiligheid?


Neemt u gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.



Meer informatie